Gevangenis Wortel


SAMEN HET ONZE VADER BIDDEN IN EEN BELGISCHE GEVANGENIS

WORTEL. Bij je eerste binnenkomst in de gevangenis in het Belgische Wortel moet je op de foto. Je paspoort krijg je bij vertrek weer terug. „Doe ook je schoenen maar vast uit”, zegt de protestantse aalmoezenier Martijn Goedegebuur, die hier namens de interkerkelijke Stichting Volharding uit Dirksland gevangenen bezoekt.

Eenmaal binnen lopen Goedegebuur en Michel Vaders, eveneens aalmoezenier in deze gevangenis en in die van Turnhout, door verschillende deuren van traliewerk. Grillen heten dat. „Let op, nu komt het”, zegt Vaders glimlachend en hij opent een deur. De kapel hierachter moet al heel wat gevangenen verrast hebben. Het is een restant van een grotere kapel die hier vroeger stond.
Om de week ontvangen ze hier op maandag gevangenen voor een pastoraal gesprek. ’s Avonds vindt er een dienst plaats waar één van beiden of een gastspreker voorgaat. Ook bezoeken ze mannen in hun cel. De twee zijn dankbaar dat ze het vertrouwen van de directie hebben om dit werk te mogen doen. Vaders, in het dagelijks leven onderwijsadviseur bij Driestar Educatief: „We zijn in dienst van de Belgische Justitie. In Nederland gaat dat allemaal een stuk lastiger. Er worden hier geen opleidingseisen gesteld.”
Goedegebuur, werkzaam als vertegenwoordiger bij een bouwmaterialenhandel, kwam al jong met het gevangeniswerk in aanraking. Zijn oom, Willem den Hertog, werkt al meer dan 25 jaar als evangelist in Nederlandse gevangenissen en politiecellen.
Vanmiddag spreekt Goedegebuur een gevangene die hij niet eerder heeft ontmoet. Youssef heet hij. Zijn vader was voorganger en hij assisteerde als kind in de diensten. „Maar de kerk is te zakelijk geworden, daarom heb ik mij bekeerd tot de islam. Het klinkt raar, maar eigenlijk heb ik die stap gezet om meer van Jezus te weten te komen. Hoe heeft Hij er eigenlijk uitgezien? Was Hij getrouwd? In de Bijbel lees je wel dat Hij Gods Zoon was, maar je hoort Hem dat Zelf nooit zeggen.
Goedegebuur hoort het rustig aan, knikt, en maakt gebruik van een korte stilte: „Wat is waarheid? Dat is je vraag eigenlijk.” Hij buigt voorover, slaat zijn Bijbel open bij Genesis en begint te vertellen van de schepping, de zondeval en de belofte van de komst van Jezus. Youssef knikt. Hij weet ervan. „In onszelf zit onreinheid, overspel, dronkenschap, ga zo maar door. Maar Gods liefde is zo groot dat Hij jou en mij wil redden. Dat kan alleen door Zijn Zoon die aan het kruis ging.”
„Maar je kunt God niet eens zien en leven”, weet Youssef. „Hoe kan Hij dan een Zoon hebben?” Goedegebuur bladert naar de geschiedenis van de verheerlijking op de berg. „Hier zegt God: dit is Mijn geliefde Zoon.”
Na een uur sluit de aalmoezenier het gesprek af met gebed. Youssef wil wel vaker opgezocht worden. „Vanavond is er een dienst”, zegt Goedegebuur.
Als de zaal die avond volstroomt met gevangenen, bijna dertig man, ontbreekt Youssef. „Ik heb moeten leren om hier niet teleurgesteld over te zijn”, zegt Goedegebuur. „De Heere weet wat goed is. De ontmoetingen hier vinden nooit toevallig plaats. We vragen om Gods leiding.”
Het koor begint te zingen. De mannen –in beige tenue– kijken in hun liturgie. Een enkeling murmelt mee. Na elk lied applaudisseren ze. „Geert, wil jij de geloofsbelijdenis voorlezen?” Een man van middelbare leeftijd komt naar voren en leest met Vlaamse tongval het apostolicum.
Na de preek van gastspreker Willem-Arie den Hertog bidt de groep hardop het Onze Vader. „Kijk gerust nog even bij de boekentafel of er iets voor je bij is”, zegt Goedegebuur. De mannen pakken wat van de gratis lectuur van Volharding –die in allerlei talen wordt aangeboden– en schudden handen met de aalmoezeniers. Goedegebuur: „We mogen hen weer overgeven en loslaten.”



Dit artikel verscheen medio augustus 2016 in het Reformatorisch Dagblad in het kader van een serie over de zeven werken van barmhartigheid (www.rd.nl/zevenwerken)